Je weet welke lamp je nodig hebt door te kijken naar het type fitting, het wattage, de lichtkleur (Kelvin), de lichtsterkte (lumen), en waarvoor je de lamp gaat gebruiken. Ook de vorm en het formaat van de lamp spelen een rol.
Snel naar
Hoe weet je welke lamp je nodig hebt?
Een lamp kiezen lijkt simpel, maar er zijn veel soorten. Kies je de verkeerde, dan past hij niet, is het licht te fel of juist te zwak. Hieronder leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten.
1. Wat voor fitting heb je?
De fitting is het gedeelte waarmee de lamp in de armatuur (lampenhouder) draait of klikt. Dit is het eerste wat je moet controleren.
Veelvoorkomende fittingen zijn:
- E27: grote draaifitting (vaak in plafonnières of staande lampen)
- E14: kleine draaifitting (vaak in sfeerlampen of wandlampen)
- GU10: steekfitting voor spotjes
- G9, G4, MR16: kleinere steekfittingen voor halogeenlampen of designverlichting
Je vindt deze code meestal op de oude lamp of bij de lamp zelf.
2. Welke lichtkleur wil je?
De kleur van het licht wordt uitgedrukt in Kelvin (K):
- Warm wit (2700-3000K) – gezellig licht, ideaal voor woonkamer of slaapkamer
- Neutraal wit (3500-4000K) – helder en functioneel, geschikt voor keuken of badkamer
- Koel wit (5000K en hoger) – scherp en energiek, fijn voor werkplekken
3. Hoeveel licht heb je nodig?
De helderheid wordt aangegeven in lumen. Meer lumen betekent meer licht. Hier een globale richtlijn:
- 200-400 lumen – nachtlampje of sfeerlicht
- 400-800 lumen – tafellampen of leeslampen
- 800-1600 lumen – hoofdverlichting in woonruimtes
- 1600+ lumen – werkverlichting of garage
4. Let op het wattage (energieverbruik)
Vroeger keek men vooral naar wattage, maar met LED is dat veranderd. Watt geeft aan hoeveel stroom een lamp gebruikt, niet hoe fel hij is. Een LED van 6W kan net zo veel licht geven als een ouderwetse gloeilamp van 40W.
5. Welke vorm en maat past?
Er zijn bolvormige, kaarsvormige, spotvormige en buisvormige lampen. Kijk naar de oude lamp of de lampenkap sommige lampen passen alleen als ze een bepaalde vorm of afmeting hebben.
6. Wat is de toepassing?
Denk aan waar en hoe je de lamp gebruikt:
- Sfeerverlichting: warm licht, lage lumen
- Lees- of werklicht: helder licht, hogere lumen
- Buitenverlichting: let op IP-waarde (bijv. IP44 of hoger)
Samenvattend: zo kies je de juiste lamp
- Check de fitting
- Kies de juiste lichtkleur (Kelvin)
- Bepaal de gewenste lichtsterkte (lumen)
- Let op het energieverbruik (wattage)
- Houd rekening met vorm en maat
- Stem af op de functie en ruimte
Tip: Bewaar een oude lamp of maak een foto van je armatuur als je naar de winkel gaat. Of gebruik een app van een lampenwinkel om snel het juiste type te vinden.